Tijdens dit Kennisatelier gaan we dieper in op hoe gemeenten en lokale voedselinitiatieven beter kunnen samenwerken en hoe lokaal voedsel een vaste plek krijgt in gemeentelijk beleid.
We delen inspirerende voorbeelden en praktische ervaringen uit de praktijk. Gemeenteambtenaren en Gelderse zijn van harte welkom, met extra aandacht voor niet-stedelijke gemeenten.
Georganiseerd door Spectrum in samenwerking met Wageningen University & Research, Nationaal Voedselberaad en RegeNL. De locatie wordt later bekend gemaakt.
Lokaal voedsel is meer dan eten alleen. Het draagt bij aan gezondheid, natuur, meedoen, armoedebestrijding en een sterke lokale economie. Toch wordt deze kracht nog niet overal benut.
De Vlaamse Vereniging van Dorpsbelangen zette tot nog toe de samenwerking tussen dorpsteams onderling en tussen dorpsteams en hun lokaal bestuur centraal. Maar de vereniging wil naast enkel ‘lineair’ ook meer in onderstaande driehoek werken. Daarbij kunnen nieuwe dynamieken in dorpen opgemerkt worden of ontstaan, of bestaande dynamieken opgepakt worden. Het gaat hierbij specifiek om dynamieken die de leefbaarheid, levendigheid en toekomstbestendigheid van dorpen en buurten sterk positief kunnen beïnvloeden.

Ondernemers getuigen van lokale economische veerkracht en laten nieuwe oplossingen geboren worden. Daarbij is oud soms eens het nieuwe nieuw, zoals de terugkeer van ambachten.
Toch gaan we het oude niet hernemen. We broeden als sociaal ondernemers op nieuwe vormen om ons te verhouden tot de grote uitdagingen in de wereld. We vinden visie en missie belangrijk, willen intergenerationeel samenwerken, kansen voor nieuwe generaties scheppen.
Hoe kunnen we onszelf als systeem herontdekken/heruitvinden? Al onze basisbehoeften worden nu door grote bedrijven geregeld. Wat als dat niet meer zo zou zijn?
De volledige inspiratiebrochure “Lokaal Ondernemen in Dorpscontext” is hier te downloaden.

Foto: Buurtkar Bornem
De Vereniging Vlaamse Dorpsbelangen lanceert een brochure over lokaal ondernemen in dorpscontext.
Daarom zet de Friese Milieufederatie (FMF) een eerste stap naar een structurele reparatiebeweging in Fryslân: Heel Fryslân Repareert! Tijdens de Week van de Circulaire Economie (17-22 maart) geven we repareren een podium en bouwen we aan een sterk netwerk van reparatie-initiatieven in onze provincie. Doe je mee?
Onze grondstoffen raken op, terwijl de afvalberg blijft groeien. We consumeren sneller dan ooit en de drempels om nieuw te kopen zijn laag. Tegelijkertijd blijft de duurzame keuze vaak lastig en minder toegankelijk. Dat moet anders.
Jaarlijks produceert een Nederlander gemiddeld 490 kilo afval (dat is ongeveer 70 volle vuilniszakken per persoon!), waarvan een groot deel bestaat uit nog goed repareerbare producten. Elektronisch afval groeit met 3 tot 5% per jaar en vormt een van de snelst groeiende afvalstromen in Europa. Daarnaast blijkt uit onderzoek van Planbureau Fryslân dat oudere generaties vaker geneigd zijn om te repareren dan jongere generaties: bijna 40% van de 65-plussers laat kapotte kleding repareren, terwijl dit onder jongvolwassenen slechts 29% is.
FMF brengt alle Repair Cafés in Fryslân samen om de kansen en obstakels in kaart te brengen. We werken samen met de landelijke campagne Heel Nederland Repareert en hebben toegang tot hun communicatiematerialen. Ook zoeken we actief samenwerking met gemeenten en organisaties om een structurele aanpak te ontwikkelen.
Word jij onderdeel van de beweging? Sluit je aan en help Fryslân reparatievriendelijk te maken!
Kijk voor meer informatie op de website van de Friese Milieufederatie.

Wat als jouw favoriete broek met een kleine reparatie nog jaren mee kan? Wat als die kapotte stofzuiger weer werkt in 10 minuten? In Fryslân willen we repareren de norm maken – niet de uitzondering. Dat bespaart grondstoffen, verlaagt de afvalberg en brengt mensen samen.
De avond startte met een introductie over Fryslân Bloeit, gevolgd door korte pitches van de partners. Daarna was er volop ruimte om langs de stands te lopen en verder in gesprek te gaan. Van kernteams die al meerdere Bloeiweken hebben georganiseerd tot startende teams die nog aan het verkennen zijn: het was een avond vol uitwisseling, nieuwe verbindingen en concrete ideeën. Extra mooi was dat er ook vijf nieuwe dorpen aanwezig waren.

Vooruitblik 18 februari
De volgende bijeenkomst is op woensdag 18 februari 2026 in De Bidler in Wergea. Het thema van deze avond is positieve gezondheid en Fryslân als BloeiZone. We staan stil bij wat dit thema kan betekenen voor Bloeiweken, delen voorbeelden uit de praktijk en gaan met elkaar in gesprek over kansen en vervolgstappen.
Of je nu al meerdere Bloeiweken hebt georganiseerd, net begint of nog twijfelt: je bent van harte welkom om mee te praten, ideeën uit te wisselen en inspiratie op te doen. Aanmelden kan door een mail te sturen naar Info@bloeit.frl of via deze link.

Over Fryslan Bloeit
Tenminste 25 Friese dorpen deden in 2025 mee aan de grootste editie van Fryslân Bloeit tot nu toe! Elk dorp vormt een week lang het epicentrum van de Friese verduurzaming. Met veel activiteiten door en voor de dorpen, laten ze in hun Bloeiweek zien hoe ze op een duurzame wijze omgaan met klimaat, mienskip, gezondheid en natuur. Fryslân Bloeit is een gezamenlijk initiatief van Freonen fan Fossylfrij Fryslân, Stichting Duurzame Gemeenschappen en Arcadia. Meer weten over Fryslan Bloeit? Kijk op Bloeit.frl
Op 14 januari kwamen geïnteresseerden en betrokkenen van Fryslan Bloeit samen in MFC De Helling in Winsum voor de Bloeimarkt. Een avond waarop dorpen en wijken in contact konden komen met meerdere partners die activiteiten en formats aanbieden voor Bloeiweken.
Dit artikel is overgenomen van de website van CollectieveKracht
Nederland staat voor grote maatschappelijke uitdagingen. Burgercollectieven bieden alternatieve oplossingen voor deze vraagstukken. Zo spelen zij een groeiende rol in de energietransitie, het lokaal organiseren van zorg, het woningtekort, duurzame voedselketens en gemeenschapsdemocratie. De beweging groeit razendsnel, maar ervaart veel uitdagingen. Met wetenschappelijke inzichten kunnen we burgercollectieven helpen ontwikkelen tot veerkrachtige organisaties. De Burgercollectieven-monitor, gebaseerd op gegevens van 431 initiatieven, geeft voor het eerst een breed en verdiepend inzicht in de staat van lokale zelforganisatie in Nederland. Waar zijn burgercollectieven actief, hoe functioneren ze en welke kansen en knelpunten ervaren ze?
De monitor bevat landelijke cijfers en onderbouwde inzichten die helpen om deze beweging beter te ondersteunen. Daarnaast bevat het een verdiepende analyse van initiatieven binnen vier sectoren: energie, wonen, zorg & welzijn en voedsel, natuur & landbouw. De resultaten zijn relevant voor beleidsmakers, koepelorganisaties, maatschappelijke instellingen en burgers die willen begrijpen hoe collectieve actie zich ontwikkelt en welke ondersteuning nodig is om de veerkracht van de beweging te vergroten.
Uit de monitor blijkt dat de laatste vijftien jaar worden gekenmerkt door een sterke toename in burgercollectieven. Deze jonge, lokale initiatieven ontwikkelen zich in toenemende mate tot structurele maatschappelijke actoren. Veel initiatieven sluiten zich aan bij koepels en netwerken, succesvolle modellen worden herhaald en gestandaardiseerd (vb. Herenboeren) en ze combineren verschillende activiteiten om beter in te spelen op lokale behoeften.
Burgercollectieven opereren tussen markt en overheid in: ze zijn geen van beide, maar vormen een eigen, unieke logica gebaseerd op solidariteit, zelforganisatie en lokale verankering. Die verschillende logica’s botsen soms. Uit de monitor blijkt dat burgercollectieven graag samenwerken met overheden, maar dit vaak moeilijk is. In gemeenten waar individuele ambtenaren vanuit persoonlijke motivatie meegaan in de logica van burgercollectieven, ontstaat ruimte voor bloeiende gemeenschappen.
De monitor laat zien dat initiatieven tegen meerdere structurele uitdagingen aanlopen. Financiële knelpunten komen het vaakst voor: veel initiatieven hebben moeite met externe financiering (65%) en financiële onafhankelijkheid (56.5%). Ook interne organisatie vraagt aandacht. Zo blijkt dat een kwart van de burgercollectieven zeggenschap en democratische besluitvorming complex vindt. Daarnaast blijft het behoud van actieve leden en vrijwilligers lastig. Hoewel initiatieven bijdragen aan brede welvaart en lokale cohesie, blijft de deelname sociaal selectief: energie-initiatieven trekken vaker hogere inkomens aan, terwijl zorginitiatieven juist meer mensen met lagere inkomens bereiken.
Veel voorkomende rechtsvormen zijn stichtingen (36%), coöperaties (27%) en verenigingen (26%). Ondanks de groei blijft de juridische en bestuurlijke inbedding van veel initiatieven kwetsbaar. Kennisdeling, juridisch advies en andere vormen van ondersteuning zijn nodig om duurzame structuren te ontwikkelen. Beleidsmakers, financiers en intermediaire organisaties kunnen hierin een belangrijke rol spelen.
De 431 deelnemende collectieven zijn voornamelijk actief in: zorg & sociaal welzijn (27,6%), energie (17,9%), wonen (15,5%), en voedsel, natuur & landbouw (11,4%). Een groot deel van de collectieven heeft een aanzienlijke achterban: 48% telt meer dan 200 leden. Vooral energie- en zorgcollectieven kennen vaak grote groepen deelnemers. Burgercollectieven komen vaakst voor in zeer sterk stedelijke gebieden (31.2%), maar ook in juist de minst stedelijke gebieden (27%). Amsterdam telt de meeste burgercollectieven in deze monitor, maar Horst aan de Maas de meeste burgercollectieven per inwoner.
Nederlandse burgercollectieven in kaart gebracht door CollectieveKracht
Dit artikel is gepubliceerd op Geografie.nl en geschreven door Carmen van Bruggen die promoveert op de rol van culturele gemeenschapsprojecten in Friese dorpen aan de Rijksuniversiteit Groningen in samenwerking met Arcadia.
Een vrouw raakt geïnspireerd in Eastermar, het Friese dorp waar ze werkt. De straten zijn versierd met door bewoners gehaakte bloemen en mensen komen samen om te sporten of kennis te delen. Ze noemen het een ‘Bloeiweek’. De vele bestaande initiatieven in het dorp zijn een week lang beter zichtbaar en mensen weten elkaar makkelijker te vinden. Zoiets wil de vrouw ook voor haar dorp Kollumersweach en het naastgelegen Feankleaster (hierna: ‘het dorp’). Vergeleken met Eastermar is haar dorp minder welvarend en groter, met drieduizend inwoners. Er is al best veel te doen, zoals een tweejaarlijkse feestweek, een jaarlijkse survivalrun, volle kerken en sportverenigingen, maar er bestaan verschillende groepen die als geheel minder met elkaar in contact lijken te staan. Bovendien neemt lang niet iedereen actief deel aan het dorpsleven. Wat zal er in haar dorp van de grond komen en wie zullen eraan deelnemen?
Frylân Bloeit
De Bloeiweken zijn een initiatief van duurzaamheidstichting Freonen fan Fossylfrij Fryslân en cultuurorganisatie Arcadia. Met ‘Fryslân Bloeit’ inspireren zij dorpen om ‘van Friesland een toekomstbestendige en duurzame provincie’ te maken (zie website). In 2025 doen bijna dertig dorpen in de provincie mee. De formule is simpel. Dorpen vullen een week met activiteiten geïnspireerd op de zogeheten blue zones, plekken in de wereld waar mensen gelukkig en gezond met elkaar samenleven en gemiddeld ouder worden. De invulling staat vrij, al kunnen dorpen voorbeelden uit eerdere edities overnemen. Hoewel op de website van Fryslân Bloeit duurzaamheid een centrale rol speelt, kan elk dorp zelf bepalen wat de boventoon voert. Op informatieavonden wisselen ze tips uit. Een leidend idee is om vanuit de eigen kracht te werken: vanuit bestaande verenigingen en clubs. Ter ondersteuning ligt er een format voor een eigen website, draaiboek en begroting klaar. Ook is er hulp bij het aanvragen van vergunningen. Voor elk dorp is 5000 euro beschikbaar, al benadrukt de organisatie het streven ‘met gesloten beurzen’ te werken.
Sociale leven
Van oudsher spelen clubs, verenigingen en kerken een belangrijke rol in het sociale leven in dorpen. Naast hun kernfunctie als plek voor sport, muziek of religie bieden ze doorgaans ook ruimte voor ontmoeting. Al sinds de jaren 1990 klinkt er echter bezorgdheid over het voortbestaan van deze sociale structuren. Zeker voor structurele vrijwilligerstaken zoals een bestuursfunctie is het steeds lastiger mensen te vinden. Terwijl er wel voldoende animo is voor tijdelijke, projectgerelateerde, vrijwilligersklussen. Mensen lijken meer aan vrijblijvendheid te hechten. Fryslân Bloeit brengt deze twee dingen samen. Enerzijds biedt het de kans sociale structuren in het dorp een impuls te geven, anderzijds is het een week voor experiment, om eens iets anders te proberen.
Lopend vuurtje
Terug naar het initiatief in Kollumersweach en Feankleaster. In december 2024 heeft zich een klein clubje enthousiastelingen om de vrouw heen verzameld, het kernteam. Ze komen ’s avonds samen bij een van hen. Het is het begin van wat een lopend vuurtje moet gaan worden. Op de dorpswebsite vinden ze een lijst met alle verenigingen: meerdere koren, een biljartvereniging en zelfs een vogelwacht. De groep spreekt af van elke vereniging en onderneming in het dorp iemand persoonlijk te benaderen voor de eerste dorpsbijeenkomst. De eigen netwerken van familie, buren en bestuursgenoten worden ingezet om mensen buiten de eigen kring te bereiken. Het lukt! Op de eerste dorpsbijeenkomst in januari 2025 zijn er ruim zestig mensen, onder wie voor het kernteam vele nieuwe gezichten. In de maanden die volgen, komen daar via flyers, sociale media en mond-tot-mondreclame steeds meer mensen bij. Onder hen een fietsenmaker, een voetbalcoach, een supermarktmedewerker en een galeriehouder – kernfiguren uit het dorp die allen eigen activiteiten organiseren.
Allerlei activiteiten
De Bloeiweek in mei 2025 biedt uiteindelijk 32 activiteiten. Het grootste deel is speciaal voor de gelegenheid georganiseerd en trekt dus per definitie nieuwe mensen. Het andere deel betreft activiteiten van al bestaande clubs. Hoewel deze altijd open staan voor nieuwe aanwas, hopen ze in de Bloeiweek extra zichtbaar te zijn, zodat mensen op een laagdrempelige manier kunnen aanwaaien, wat wellicht nieuwe leden oplevert.
Het programma omvat uiteenlopende activiteiten zoals een oldtimershow, tekenworkshop, theatervoorstelling, Friese pubquiz, kledingmarkt en BMX-fietsen. Een aantal organisatoren van de activiteiten is het hele jaar actief voor het dorp. Het zijn de zogeheten sleutelfiguren uit de literatuur. Wat opvalt is dat deze mensen geen van allen sterk op de voorgrond treden. Deze mensen lijken goed in het creëren van een podium of ruimte om iets te maken of te doen voor anderen. Ze brengen allemaal een eigen netwerk mee: van buren, vanuit het bedrijf, van familie of van allerlei mensen in het dorp.
Elkaar vinden
Op de boomrijke brink in het dorp staan een stuk of 25 oldtimers, trekkers en auto’s, opgesteld. Ervoor, op een klapstoeltje in de zon, de eigenaren. Aan wie dat wil, vertellen ze alles over de geschiedenis, laklagen en attributen van de wagens. Eén man heeft naast zijn trekker ook melkbussen verzameld en vertelt uitgebreid hoe het agrarische leven veranderd is. Een ander zingt jaren 60-nummers vanuit een oude kar. De sfeer is top. Op het eerste gezicht lijkt het misschien een gebruikelijk evenement – aan auto’s klussen is een populaire hobby in de regio – maar deze is wel speciaal. De auto- en trekkerbezitters komen namelijk allemaal uit het dorp zelf. Meestal zijn oldtimerevenementen iets voor de hele regio. Nu kan het zomaar zijn dat je ontdekt dat een andere verzamelaar een paar straten verderop woont. Onderling lijkt er inderdaad wat uitwisseling te zijn. Zo belooft een ervaren eigenaar eens langs te gaan bij een jongere man die pas net komt kijken. Ook de bezoekers – veelal uit het dorp zelf – zijn verbaasd dat dit allemaal in hun dorp te vinden is.

FOTO: STUDIO THERÈSA De oldtimershow op de Brink van Feankleaster.
Bij het BMX-fietsen is het ook druk. De organisator liep al langer rond met het idee.
Met zijn buren bouwde hij een pumptrackbaan – zo’n golvend geval waar je met een klein fietsje overheen kunt rijden zonder te trappen. De samenwerking met zijn buren bestond al, omdat ze doorgaans ook samen bouwen aan een wagen voor de feestweek. Tijdens de Bloeiweek kunnen alle kinderen van de basisschool in het dorp onder schooltijd BMX’en. ’s Avonds is de baan open voor wie wil. Er heerst een uitgelaten sfeer. Ouders hadden nooit verwacht dat hun kinderen dit durfden. De meesten kennen de sport niet. Voor volwassenen die zich (vaak minder soepel dan de kinderen) op de pumtrackbaan wagen, klinkt een aanmoedigend applaus. Ook de buren van de organisator zijn van de partij om te helpen met fietsjes uitdelen en helmen opzetten. ‘Dit zouden we vaker moeten doen’, zeggen mensen tegen elkaar. Zou er animo zijn voor een vaste BMX-installatie in deze regio van Friesland?

FOTO: PUMP ACTIE SPORT Basisschoolleerlingen kunnen onder schooltijd fietsen op de pumptrackbaan.
Vaste clubs
Onder de vaste clubs die aan het programma deelnemen, zijn een koor met een open repetitie, een ouderenclub, een eetclub en een pilatesstudio. Hoewel het idee is dat tijdens de Bloeiweek ook niet-leden de weg naar deze activiteiten zullen vinden, komt dit maar beperkt uit de verf. Sommige clubs concluderen dat ze gewoon weer met het gebruikelijke groepje zijn. Een uitzondering hierop vormen de gratis pilateslessen; vanwege de populariteit worden er zelfs extra uren ingepland. De instructrice is kortgeleden in het dorp komen wonen en geeft de lessen op een camping. De Bloeiweek lijkt net dat zetje te hebben ggeven aan mensen om eens te gaan kijken. Op de open koorrepititie komen zo’n vijftien buitenstaanders af. Dat kunnen ook bekenden van het koor zijn, die het leuk vinden hun vriend of familielid eens te horen zingen. Dus of dit nieuwe leden oplevert?

FOTO: STUDIO THERÈSA Auteur Carmen van Bruggen
Enquête
Een enquête na de Bloeiweek laat zien dat over het geheel genomen de deelnemende bewoners erg positief zijn. Ze concluderen dat er ‘voor ieder wat wils’ was en dat ze tijd tekort kwamen om aan alles mee te doen. Een paar mensen benadrukken dat ze dit type activiteiten nog niet kenden in het dorp. En dat dit beter bij hen past dan de traditionele feestweek, waarin het versieren van wagens centraal staat. Sommigen vragen zich af of iedereen in het dorp wel op de hoogte was van de Bloeiweek. Een ander zet vraagtekens bij het betrekken van de kerk bij de Bloeiweek. Misschien denken niet-kerkelijke mensen wel dat het niet voor hen bedoeld is. Een boeiend punt, want in het dorp valt regelmatig te beluisteren dat de kerkelijken en niet-kerkelijken twee kampen zijn die min of meer langs elkaar heen leven. Maar uit de enquête blijkt dat de Bloeiweek door zowel kerkelijken als niet-kerkelijken is georganiseerd en bezocht. En ontmoetingen tussen beide groepen zijn er zeker geweest, vooral bij de niet-kerkelijke evenementen. Maar activiteiten in het kerkgebouw – zelfs die niet van de kerk uitgingen maar daar plaatsvonden omdat er geen huur werd gevraagd – trokken bijna uitsluitend kerkelijken.
De meeste mensen die de Bloeiweek bezochten, kenden veel van de andere bezoekers. Slechts één dorpeling zegt geen anderen te kennen. Er is ook nieuw contact. Uit de helft van alle antwoorden blijkt dat er nieuwe ontmoetingen zijn geweest. Dat gebeurde relatief veel bij de culturele activiteiten in vergelijking met eet- of sportactiviteiten. Of je cultuur nu heel beperkt definieert, zoals theater, muziek of beeldende kunst, of heel breed, zoals een oldtimershow, pubquiz of taalcursus. Tijdens al deze evenementen vonden relatief veel nieuwe ontmoetingen plaats. De activiteiten in de beperkte definitie van cultuur lijken wel een selectiever publiek te trekken, namelijk relatief veel mensen die een hbo- of wo-studie hebben afgerond. Dat geldt in het algemeen voor dit type cultuurbezoek. Voor cultuur in de brede zin en voor eet- en sportactiviteiten is dit minder het geval.
Veelbelovend concept
Wat kunnen andere dorpen leren van het verloop van deze Bloeiweek? Veelbelovend aan het concept is de potentie om vaste sociale structuren open te breken en toegankelijker te maken. Toch gebeurde dit in het dorp niet in alle gevallen. De bestaande clubs trokken immers weinig nieuwe mensen. Het enkel zichtbaar maken van bestaande activiteiten leidt niet vanzelfsprekend tot nieuwe bezoekers. Bij de pilateslessen gebeurde dit wel. Volgens de instructrice zijn er maar liefst twintig mensen vanuit de Bloeiweek ‘blijven plakken’. Interessant is daarbij te vermelden dat zij niet werkt met een ledenstructuur, maar met een strippenkaart. In die zin sluit pilates – net als andere trainingen gericht op fitness en gezondheid – meer aan bij de groeiende behoefte aan vrijblijvende deelname.
De speciaal georganiseerde evenementen waren een succes. Sommige ideeën bestonden al lang en leken enkel een geschikt moment nodig te hebben – de Bloeiweek – om tot uiting te komen. In dat opzicht kan de structuur die een Bloeiweek biedt, net dat laatste zetje geven om te realiseren wat al onder de oppervlakte leeft. Hoewel de meeste activiteiten in principe eenmalig waren, rusten ze op de bestaande sociale structuur. Het mooie aan de Bloeiweek van Kollumersweach en Feankleaster was, dat iedereen bij de informele netwerken kon aanhaken – al was het maar voor even. Wie hiervan gebruik hebben gemaakt en wie niet, en wat dit betekent voor de verbinding in het dorp, moet het vervolgonderzoek uitwijzen.
Over de auteur: Carmen van Bruggen promoveert op de rol van culturele gemeenschapsprojecten in Friese dorpen aan de Rijksuniversiteit Groningen in samenwerking met Arcadia. Het onderzoek naar de Bloeiweek van Kollumersweach en Feankleaster is een deelproject. Het gaat om een langdurige studie met drie enquêterondes en observaties. De enquêtes worden ruim voor aanvang van de Bloeiweek, net erna en twee jaar erna gehouden. De eerste twee en de observaties zijn inmiddels afgerond. Daarop is dit artikel gebaseerd. In de eerste en laatste enquête wordt het hele dorp benaderd: deelnemers én niet-deelnemers. Zo ontstaat een beeld van de impact van de Bloeiweek die voorbij gaat aan het moment en de deelnemers van de week.
Het originele artikel is te vinden op Geografie.nl.
Tijdens de Bloeiweken in Friesland organiseren dorpsbewoners samen activiteiten om van hun woonplaats een blue zone te maken, waar het fijn en gezond samenleven is.
Stipe.frl is ontwikkeld door het ondersteuningsnetwerk mienskipsinitiatieven, een samenwerkingsverband van Provincie Fryslân, Keunstwurk, Sport Fryslân, Doarpswurk en alle de Friese gemeenten. Met het platform willen de partners het voor inwoners makkelijker maken om hun ideeën voor de Friese samenleving uit te voeren.
“Door Stipe.frl hoeven mensen niet langer van het kastje naar de muur. Alles is te vinden via één loket en dat maakt het simpelweg eenvoudiger voor de inwoners,” stelt gedeputeerde Sijbe Knol. “Voor ons, gemeenten, organisaties en provincie, was het doel duidelijk: minder drempels, meer gemak voor de inwoners van Fryslân. En dat is hiermee wel gelukt.”
Tot nu toe moesten initiatiefnemers vaak zelf uitzoeken waar ze terecht konden voor hulp, advies of subsidie. Dat kostte veel tijd en leidde soms tot onduidelijkheid. Stipe.frl brengt daar verandering in. Het platform biedt onder andere:
Met deze combinatie van informatie, praktische ondersteuning en directe doorverwijzing naar passende partners vormt Stipe.frl een herkenbaar en toegankelijk startpunt voor iedereen die graag aan de slag wil.
Achter Stipe.frl staat een breed netwerk van organisaties dat zich inzet voor leefbaarheid, vrijwilligerswerk, sport, cultuur en dorpsontwikkeling. Door hun kennis en ondersteuning te bundelen, hopen zij dat meer inwoners hun ideeën kunnen realiseren.
Vanaf 13 november kunnen inwoners, verenigingen en stichtingen in heel Fryslân terecht op Stipe.frl, het nieuwe platform dat ondersteuning biedt aan iedereen met een idee voor zijn dorp, buurt of wijk. Of het gaat om het verduurzamen van een dorpshuis, het versterken van een vereniging, het organiseren van een cultureel project of het werven van vrijwilligers: Stipe.frl bundelt alle informatie, hulpmiddelen en ondersteuningspartners op één plek.
Zonnepanelen, triple glas en warmtepompen vind je inmiddels in de meeste Friese dorps- en buurthuizen. De energiecrisis van 2022 gaf de verduurzaming een flinke versnelling, waardoor veel dorpshuizen klaar zijn voor de volgende stap. Dat roept een nieuwe vraag op: wat doe je met al die opgewekte zonnestroom? Dorpshuis It Joo in Oudega (Súdwest-Fryslân) heeft de primeur en is het eerste Friese dorpshuis met werkende batterijen. De zonnepanelen en batterijen zijn vorig jaar geïnstalleerd en vormen de kers op de taart van een grote renovatie en verduurzaming die het dorpshuis tijdens de coronatijd heeft ondergaan.
Lees het volledige verhaal op de website van Doarpswurk.
Foto en tekst overgenomen van Doarpswurk.
Het dorpshuis van het Friese Oudega heeft als eerste Friese dorpshuis werkende batterijen voor opgewekte zonnestroom.
Hoewel er in Den Haag nog te weinig gebeurt, is er in het land al veel in beweging. Overal werken organisaties en initiatieven aan deze transitie, maar tot nu toe gebeurt dat veelal versnipperd. Vanaf vandaag slaan zij de handen ineen: 42 organisaties, van WNF en Demeter tot Caring Doctors en Varkens in Nood, presenteren zich samen in één bondgenootschap: GroenGezond. Wat hen bindt is dat ze heel Nederland bewust willen maken dat onze gezondheid direct samenhangt met de gezondheid van de natuur.
Tot nu toe waren natuur, landbouw en gezondheid vaak gescheiden werelden. Tal van onderzoeken laten echter zien hoe sterk deze met elkaar verbonden zijn. Zo is meer dan de helft van de Nederlandse bijensoorten bedreigd, terwijl driekwart van onze voedselgewassen van insectenbestuiving afhankelijk is. Ook toont onderzoek aan dat langdurige blootstelling aan pesticiden het risico op de ziekte van Parkinson vergroot. GroenGezond brengt deze werelden samen in een bondgenootschap waarin boeren, artsen, natuur-, dieren- en gezondheidsorganisaties, voedselinitiatieven en bedrijven werken aan hetzelfde doel: gezonde voeding uit een gezond natuurlijk systeem, voor iedereen toegankelijk maken.
Er zit veel in het vat van GroenGezond: van gezamenlijke publiekscampagnes en een online platform om draagvlak in de maatschappij te vergroten tot evenementen en activiteiten die laten zien hoe leuk en lekker groen en gezond is. Met concrete handelingsperspectieven voor zowel organisaties als consumenten, maar ook bijvoorbeeld voor scholen en ziekenhuizen.
GroenGezond wil laten zien dat het wél kan: voedsel produceren op een manier die de aarde niet uitput, maar herstelt. Met zorg voor bodem, dier en mens. Zonder chemische middelen, met waardering voor de boer, meer plantaardig, uit het seizoen en zo lokaal mogelijk. Door dit bondgenootschap kunnen de partijen elkaar complementeren. Denk aan agendasetting en probleemduiding vanuit bijvoorbeeld een partij als Greenpeace, die dan wordt onderbouwd met onderzoek van Pesticide Action Network en gekoppeld aan de oplossing van een boereninitiatief zoals Aardpeer of Demeter.
Lees meer over GroenGezond en sluit je aan bij de beweging via de website.
Tekst en afbeelding overgenomen van BD Grondbeheer.
Boeren, artsen, natuur-, dieren- en voedselorganisaties vormen samen nieuw bondgenootschap: wat gezond is voor de natuur, is gezond voor jou.
Het leek een onmogelijke missie. 175 Nederlanders uit alle hoeken van het land. Van 17 tot 87 jaar met totaal verschillende achtergronden en meningen. In 7 weekenden gingen de deelnemers met elkaar in gesprek over de vraag: hoe kunnen we als Nederland eten, spullen gebruiken en reizen op een manier die beter is voor het klimaat? Ze hebben naar elkaar geluisterd, gingen voorbij individuele standpunten en werkten samen, ook als het schuurde.
Het resultaat? Een impactvol advies met 13 aanbevelingen voor het kabinet en de Tweede Kamer, die de stemmen van álle Nederlanders in zich dragen. Deze kunnen samen van 5 tot 17 Mton CO₂-uitstoot besparen in 2030 – goed voor ongeveer 4 tot 12% van de totale jaarlijkse uitstoot in Nederland.
Het burgerberaad laat zien dat Nederlanders samen in staat zijn om het onmogelijke mogelijk te maken. Dat democratie meer is dan eens in de vier jaar stemmen. Het burgerberaad schreef een nieuw verhaal voor Nederland. Nu is het aan ons allemaal – politiek, bedrijfsleven én samenleving – om die stem serieus te nemen en met dit advies aan de slag te gaan.
Vanaf nu kan iedereen in Nederland de stem van het burgerberaad steunen door de online steunverklaring te ondertekenen. Zo kunnen alle Nederlanders hun stem toevoegen aan de stem van het Nationaal Burgerberaad Klimaat. Samen kunnen we laten zien hoe belangrijk we het vinden om serieus met dit advies aan de slag te gaan!
Steun de stem van het Nationaal Burgerberaad Klimaat

Lees het volledige advies op de website van Burgerberaadklimaat.
Tekst en afbeeldingen overgenomen van de website van Burgerberaadklimaat.nl
Het advies is er! Op maandag 1 december heeft het Nationaal Burgerberaad Klimaat zijn advies aan het kabinet, de nieuwe Tweede Kamer en de rest van Nederland overhandigd.
Volgende pagina » « Vorige pagina